Verschillen bij beëindiging tussen huwelijk en samenwonen

//Verschillen bij beëindiging tussen huwelijk en samenwonen
Verschillen bij beëindiging tussen huwelijk en samenwonen 2017-06-09T15:42:27+00:00

Verschillen bij beëindiging tussen huwelijk en samenwonen

Aan de beëindiging van een huwelijk of geregistreerd partnerschap komt altijd een officiële instantie te pas: de rechter en/of de burgerlijke stand.

In een samenlevingscontract kunnen de partners zelf regelen hoe en wanneer het contract ophoudt te bestaan.

Aan het huwelijk komt een einde doordat de rechter de scheiding uitspreekt en de echtscheidingsbeschikking ingeschreven wordt in het huwelijksregister van de plaats waar het huwelijk heeft plaatsgevonden. Het huwelijk kent de scheiding van tafel en bed, het geregistreerd partnerschap niet.

benieuwd wat wij voor u kunnen doen?

Vul het aanvraagformulier in en ontvang een vrijblijvende offerte van ons

Vraag nu een offerte aan

De rechten en plichten na beëindiging

Als een huwelijk of geregistreerd partnerschap eindigt, blijven de partners een aantal rechten en plichten ten opzichte van elkaar houden. De onderhoudsplicht en de verdeling van de pensioenrechten zijn belangrijke voorbeelden. De financieel draagkrachtige echtgenoot/partner heeft een onderhoudsplicht ten opzichte van de andere echtgenoot/partner. Er is wat dat betreft geen verschil tussen huwelijk en geregistreerd partnerschap.

Als een samenlevingscontract wordt beëindigd, hebben de partners alleen nog rechten en plichten ten opzichte van elkaar als dit in het contract is vastgelegd. De rechten en plichten die zijn vastgelegd in een samenlevingscontract duren in beginsel zo lang als de overeenkomst duurt.

Het is natuurlijk wel mogelijk om af te spreken dat er ook daarna nog rechten en plichten ten opzichte van elkaar blijven bestaan. Er kunnen bijvoorbeeld afspraken gemaakt worden over de verdeling van gemeenschappelijke bezittingen, wie er in het huis mag blijven wonen na de scheiding of er gedurende een bepaalde periode alimentatie voor de ex-partner zal worden betaald. Bij samenwonen is er dus alleen sprake van partneralimentatie voor zover de partners dat in het samenlevingscontract hebben vastgelegd.

Kinderen

Voor de rechten en plichten tegenover de kinderen, waaronder de kosten van het levensonderhoud, is niet de samenlevingsvorm van de ouders bepalend, maar het feit of er biologische of familierechtelijke banden met het kind bestaan, of dat er sprake is van gezamenlijk gezag over het kind. Ook bij enkel biologisch ouderschap bestaat er een alimentatieplicht (dit geldt overigens niet voor donoren).

Een scheiding verandert de familierechtelijke betrekkingen tussen ouder(s) en kind niet. Ouders blijven na de scheiding samen verantwoordelijk voor het kind. In principe oefenen zij ook na de scheiding samen het gezag uit. De wet gaat ervan uit dat de ouders zoveel mogelijk samen het gezag blijven uitoefenen na de scheiding. Als zij dat niet willen, moet de rechter gevraagd worden om één van beide ouders met het gezag te belasten. Daarnaast wordt vaak een omgangsregeling vastgesteld voor de minderjarige kinderen en de ouder bij wie zij niet wonen.

Beide ouders moeten voor hun kinderen, naar rato van hun financiële draagkracht, de kosten van verzorging en opvoeding betalen. Over de kinderalimentatie kunnen zij samen afspraken maken. Maken zij geen afspraken, dan kan de rechter gevraagd worden om het bedrag vast te stellen dat de ene ouder aan de andere voor de kinderen moet betalen.

Onderhoudsplicht van niet-ouder
Wanneer een ouder en een niet-ouder het gezamenlijk gezag over een kind uitoefenen en dit gezamenlijk gezag houdt bij de scheiding op te bestaan, dan blijft de ouder die het gezag behoudt onderhoudsplichtig totdat het kind 18 of 21 jaar is. Ook de niet-ouder, die niet langer het gezag heeft, heeft nog een onderhoudsplicht. De onderhoudsplicht duurt net zo lang als het gezamenlijke gezag heeft geduurd. Als het gezamenlijke gezag bijvoorbeeld 5 jaar heeft geduurd, duurt de onderhoudsplicht na het beëindigen van het gezag nog 5 jaar voort.

Was er geen sprake van gezag van de niet-ouder, dan houdt voor hem of haar de onderhoudsplicht op als het huwelijk of geregistreerd partnerschap eindigt.

Pensioen

Voor het ouderdomspensioen geldt: de rechten die zijn opgebouwd tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap, moeten bij een scheiding worden verdeeld. De verdeling van de pensioenrechten vindt plaats volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Deze wet geldt niet voor samenwonenden.

benieuwd wat wij voor u kunnen doen?

Vul het aanvraagformulier in en ontvang een vrijblijvende offerte van ons

Vraag nu een offerte aan